Eerdere duels en tactische metamorfose
Het Nederlands elftal heeft in het verleden driemaal eerder tegen Tunesië gespeeld. Deze ontmoetingen vonden echter nooit plaats in een officiële wedstrijd, maar waren louter vriendschappelijk van aard. In 1978 wist Oranje overtuigend met 0-4 te winnen, terwijl de twee daaropvolgende confrontaties in een gelijkspel eindigden: 2-2 in 1994 en 1-1 in 2009. Ronald Koeman, de huidige bondscoach van Nederland, weet uit eigen ervaring hoe het is om tegen de Tunesiërs te scoren, aangezien hij een van de doelpuntenmakers was in de wedstrijd van 1994. Ook namen als Frank Rijkaard, Klaas-Jan Huntelaar, Dick Nanninga, Henk van Leeuwen en Pierre Vermeulen vonden destijds het net.
Tunesië heeft onder de nieuwe bondscoach Hervé Renard een opvallende tactische transformatie ondergaan. Waar de ploeg in de WK-voorbereiding nog voornamelijk in een compacte 4-4-2 formatie speelde onder de vorige coach Sabri Lamouchi, introduceerde Lamouchi tijdens de WK-opening tegen Zweden plotseling een 5-3-2 systeem, iets wat het team daarvoor nog niet had geoefend. Na zijn ontslag nam Renard het roer over en implementeerde in korte tijd een nieuw concept. Zijn aanpak was gericht op het spiegelen van de formatie van tegenstander Japan, waarbij vanuit een 5-4-1 verdedigende structuur werd gewerkt. Het idee hierachter was helder: Japan uitnodigen om de flanken op te zoeken om daar de bal af te jagen en om te schakelen.
Blikvangers en gevaar uit standaardsituaties
De selectie van Tunesië barst wellicht niet van de wereldsterren, maar kent wel enkele interessante namen. Voor de Nederlandse voetballiefhebber is de in Scheveningen geboren Omar Rekik de meest bekende speler. De absolute uitblinker binnen dit Tunesische elftal is echter Hannibal Mejbri. Deze middenvelder doorliep de jeugdopleiding van Manchester United en speelde dertien wedstrijden voor het eerste elftal, alvorens hij de overstap maakte naar Burnley. Daarnaast beschikt Tunesië over twee ervaren middenvelders in de personen van Rani Khedira, actief voor Union Berlin, en Ellyes Skhiri, die zijn wedstrijden speelt voor Eintracht Frankfurt.
Het aanvalsspel van de Noord-Afrikaanse ploeg is dit toernooi nog niet erg productief gebleken. Tegen Japan wist de formatie van Renard slechts twee doelpogingen te noteren, waarvan geen enkele uit open spel tot stand kwam. Sterker nog, het enige doelpunt dat Tunesië dit WK produceerde, kwam voort uit een verre inworp in de wedstrijd tegen Zweden. Van de zes schoten die Tunesië in de eerste twee WK-duels afvuurde, kwamen er vier uit standaardsituaties. Dit maakt duidelijk dat het grootste gevaar voor Nederland met name ligt bij spelhervattingen. Oranje zal alert moeten zijn op vrije trappen, corners en de lange inworpen van de Tunesiërs.
Kwetsbaarheden in de omschakeling
Ondanks de compacte speelstijl, heeft Tunesië dit Wereldkampioenschap kwetsbaarheden getoond, vooral bij snelle omschakelingen. Geen enkel team kreeg dit WK meer doelpogingen (zes) en tegentreffers (twee) te verwerken uit snelle uitbraken dan de Noord-Afrikaanse formatie. Tactisch gezien vertoont het patroon overeenkomsten met de eerdere tegenstanders Japan en Zweden: bij balverlies liggen er vaak grote ruimtes achter de wingbacks. De onderlinge afstanden tussen de spelers van Tunesië zijn bij balverlies regelmatig aanzienlijk, wat Oranje de kans biedt om hier via snelle counters van te profiteren. Bovendien is niet elke speler even fanatiek in de sprint terug naar eigen doel bij het omschakelen, wat verdere mogelijkheden creëert voor de aanvallers van het Nederlands elftal.

Davy is al ruim 8 jaar actief in de wereld van sportweddenschappen. Hij combineert diepgaande data-analyses met actuele teamkennis om wekelijks de beste value bets te vinden.
